Overblijfselen van het Rijke Roomsche Leven

Een paar jaar geleden vond ik het Stadsarchief van Amsterdam een mooi boekje: het 'Jaarboekje 1932 voor katholiek Amsterdam'. Een uitputtende bundeling van parochies en katholieke verenigingen uit de jaren van het Rijke Roomsche Leven. Notulen van een wereld die niet meer bestaat. Vijfentachtig jaar geleden barstte Amsterdam nog van de rooms-katholieke kerken en kapellen en leefden de katholieken in roomse dorpen rondom het kerkgebouw.

Toen ik het boekje opensloeg, bladerde ik meteen naar de kerken van mijn ouders. Die van mijn vader lag in Amsterdam Oud-West, in de Chasséstraat en heette Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand. Mijn vader woonde met zijn moeder en zus schuin tegenover die kerk. Ik las dat er in 1932 op zondag vijf missen waren: om zeven uur, half acht, kwart over acht, twaalf uur, de hoogmis was om tien uur. En dan had je 's avonds ook nog het lof, een gebedsdienst waarbij het Allerheiligste wordt aanbeden.

Ik werd door weemoed overspoeld toen ik de lijst van R.K. huisartsen doornam. En wat is er toch gebeurd met de R.K. Behangers, Stoffeerders, Bedden en Meubelmakers Patroons-Vereeniging 'St. Willibrord 'en de R.K. Amsterdamsche Rijwielclub 'Sub Tutela Matris' (Onder Bescherming van de Moeder)? Ze zijn uitgedokterd, uitgefietst en tegenwoordig bestaan er alleen nog maar seculiere bedden. Bovenaards zijn nog wat ruïnes te zien van dit in alles katholieke leven, de rest ligt in scherven onder de grond of opgeborgen in archieven. Af en toe duikt er iets in mijn leven op. Zo'n boekje en laatst - op een wonderlijke manier- een ander overblijfsel uit het verleden.

 

Ik kreeg een mail van een oudere Amsterdamse vrouw. Ze woonde in de buurt van waar ooit het oude Ajax-stadion stond en had een tijdje boven mijn oma gewoond in de Chasséstraat. "Ik moet je een hoop vertellen en ik heb ook nog wat voor je. Kom je alsjeblieft langs?", zei ze over de telefoon.

Er was voldoende parkeergelegenheid. In de voortuin stonden een stenen konijn en een Boeddhabeeld. Binnen was het gezellig Amsterdams ingericht. Druk vooral. Veel schilderijen aan de muur. Op een hoog tafeltje stond een grote foto van haar man. "Hij is vier maanden geleden overleden. We waren zo lang samen. Ik ben ook al zesentachtig." Precies één jaar ouder dus dan het katholieke jaarboekje.

Toen we eenmaal zaten vertelde ze over het leven in de Chasséstraat. Hoe ze als Jordanese en niet-katholiek aanvankelijk maar vreemd bekeken werd, maar uiteindelijk vriendschap sloot met de buurvrouw van tweehoog, mijn oma. "Heb ik jou daar nou ook wel eens gezien?" Dat kon ik me niet herinneren. Aan de andere kant was het ook wel een geruststellend idee als wij elkaar wél ontmoet hadden.

Ze vertelde hoe ze ooit van plan was naar een lezing van mijn vader te gaan om hem iets te geven, maar dat het niet gelukt was. "Dus moet ik het jou maar geven, voordat ik er ook niet meer ben." Ze liep naar een kast en haalde er een pakje uit. "Toen jouw oma wegging uit de Chasséstraat kreeg ik dit cadeau van haar. Jouw grootvader had het ooit gekocht op een van zijn reizen die hij als zeeman maakte", zei ze erbij. Ik maakte het pakje voorzichtig open. Het bleek een reproductie te zijn van het beroemde 'Laatste Avondmaal' van Leonardo Da Vinci. Ingelijst, vaal gouden rand, zevenentwintig bij zestien centimeter. Dat moest jarenlang bij mijn vader in huis gehangen hebben en ik kon het zomaar aanraken.

Met 'Het Laatste Avondmaal' op de stoel naast me reed ik door Amsterdam terug naar huis. Ik besloot even door de Chasséstraat te rijden. In de kerk van mijn vader zit tegenwoordig 'Chassé Dance Studios', onze lieve vrouw van altijddurende dansstand. Even overwoog ik om er mijn 'Laatste Avondmaal' achter te laten, maar ik reed door. De zon scheen en Amsterdam bruiste licht. Een stad zonder V&D, bijna zonder PvdA en met nog maar weinig rooms-katholieke kerken: dingen van mijn ouders.

Vorige week liepen hier zo'n vijfduizend katholieken de Stille Omgang, een nachtelijke bidtocht ter herinnering aan een middeleeuws hostiewonder. Ik was er niet bij, maar volgend jaar loop ik mee. In het donker schuifel ik achter de massa aan. Niemand weet wat er in mijn rugzak zit. Het is rechthoekig, met vaal goud omrand en meet zevenentwintig bij zestien centimeter.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw  van 25 maart 2017

 
 

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube