De Kerk der Friezen moet ervan blozen

Het zou een snikhete dag worden. Rome lag nog lui achterover toen koning Willem-Alexander en koningin Máxima bij de Friezenkerk aankwamen. Voordat ze op bezoek gingen bij de paus, bezochten ze op eigen verzoek eerst de kerk van de Nederlandse pelgrims.

De ambassade had voor de gelegenheid bloembakken neergezet.

De kerk was tot in alle hoeken en gaten schoongemaakt. Dit was een hoogtijdag voor dit bescheiden godshuis in de schaduw van het Vaticaan. De eeuwenoude stenen schoven zenuwachtig langs elkaar van de zenuwen.

Ik stond boven, bij het orgel. Je voelde het belangrijke bezoek als het ware langzaam dichterbij komen. Als water dat naar het laagste punt kruipt. Eerst de verslaggevers die zich achter de pilaren opstelden, vervolgens de fotografen die achterstevoren naar binnen liepen. Daarna hoorde ik zacht gepraat dat eeuwen van stilte leek te verstoren. Het was de rector van de kerk. En tenslotte waren daar de koning en de koningin. Máxima zag er beeldschoon uit en liep met een gratie die een eerbetoon leek aan het gebouw dat zij binnenschreed. De kerk moest er zowaar van blozen.

De rector vertelde over de aartsengel Michaël naar wie de kerk (mede) vernoemd is en wees op het portret van Bonifatius. Ik keek ondertussen naar de kaarsjes die brandden bij het Mariabeeld. Daar stond ook het bidprentje van bisschop Muskens, u weet wel: van dat broodje. Hij haalde deze kerk ooit uit de mottenballen. Ik hoopte dat de koning en koningin even naar hem toeliepen. Als eerbetoon. Dat gunde ik hem wel. Maar dat deden ze niet.

Koninklijk bezoek doet iets raars met de plekken die worden aangedaan. Ze worden voor de duur van het bezoek even heilig, onaantastbaar. Je gaat er zacht praten en denkt na over bijna elke beweging. Na een kleine twintig minuten gingen de koning en koningin weer weg. Ik zag ze de trap aflopen. Zelfs dat doet Máxima perfect. Ik keek nog even naar de Friezenkerk. Die maakte een verweesde indruk en de planten in de door de ambassade neergezette bakken waren hun glinstering al kwijt.

Ze gingen dus naar de paus. Even overwoog ik stiekem mee te glippen. Vlak achter Máxima lopend, terwijl ik me verschool in de zwarte schaduw die zij achterliet. Maar ik had een ander plan. Voor mij was dit de ook de dag van het eerbewijs aan bijna vergeten landgenoten. Ze liggen op een kerkhof binnen de muren van Vaticaanstad.

Ik meldde mij bij de Zwitserse Garde en mocht meteen doorlopen. Zij wisten dat ik goede bedoelingen had. Na driehonderd meter betrad ik het Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi, ook wel het 'Duitse kerkhof' genoemd. Het is een schitterende dodenakker, waar je je leven voor zou willen geven. Niet alleen een laatste rustplaats voor Duitsers, maar dus ook voor Nederlanders en Vlamingen. Zo ligt Jan Olav Smit, ooit apostolisch vicaris in Noorwegen, hier begraven. Vlakbij hem ligt Louis H.W. Regout, tijdens de Eerste Wereldoorlog korte tijd Nederlands gezant bij de Heilige Stoel. Ik googelde hem. Bij zijn Wikipedia-pagina stond een foto waarop hij mij enigszins verbaasd aankeek. "Waarom zoekt u mij", leek hij te willen zeggen.

Ik dacht aan de koning en de koningin. Ze waren nu bij de paus. Daarna zouden ze ook nog naar de Vaticaanse Bibliotheek gaan en zou Willem-Alexander een bevelhebbersstaf in ontvangst nemen die aan Willem van Oranje wordt toegeschreven. Deze baton wordt in bruikleen gegeven en is volgend jaar te zien op een tentoonstelling in ons land. Heel aardig hoor, zo'n protestantse reliek voor onze koning. maar eigenlijk zou hij hier moeten zijn. Te midden van zijn aangespoelde landgenoten. Zoals Herman Schaepman, grondlegger - wij zouden nu zeggen 'het motorblok' - van de Nederlandse katholieke partijpolitiek en de christendemocratie.

Maar als vaderlandsliefde geen rol speelt, dan zou Willem-Alexander alleen al hiernaar toe moeten komen vanwege familieliefde. In een hoek van het kerkhof ligt Charlotte Frederika van Mecklenburg-Schwerin begraven, ooit getrouwd met een Deense kroonprins en familie van prins Hendrik, de overgrootvader van onze koning. 'Spero lucem', staat er op haar graf. Ze hoopt op het licht. En op een bezoek van Willem-Alexander, dacht ik er meteen bij.

Ik liet haar noodgedwongen alleen achter in deze tuin vol ballingen en liep Vaticaanstad weer uit. Bij de Kerk der Friezen was alles weer rustig.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 24 juni 2017. 

 

Geschreven op: 18-7-2017

Lees volledig bericht.
 

De moederlijke liefde van bisschop De Korte

Er is veel leed in de wereld, maar het leven van een columnist is ook niet altijd een pretje. Neem nou al die onderwerpen waar je soms geen zin in hebt, maar toch niet omheen kan. Het fileprobleem, de Zwarte Piet-discussie (het kan niet lang meer duren of die komt ook de hoek weer om) en homoseksualiteit in de rooms-katholieke kerk. Deze week werd bekend dat bisschop Gerard de Korte toch geen toestemming geeft voor de oecumenische gebedsviering op Roze Zaterdag in de Sint-Jan in Den Bosch. Te veel commotie, religieuze gevoelens gekwetst en goede verhoudingen in het geding. Een treurig rijtje argumenten.

En het had zo mooi kunnen zijn.

Op internet zag ik een foto van kardinaal Joseph Tobin, de aartsbisschop van Newark in de Verenigde Staten. Hij stond in vol kardinaalsrood gelovigen op te wachten voor de mis en heette ze allemaal van harte welkom. Onder hen een groep van zo'n honderd homo's en lesbiennes die met hun familie naar de kathedraal van Newark waren gekomen. Ze zaten vooraan tijdens de mis. "I am Joseph, your brother", zei Tobin tegen hen. De aartsbisschop maakt deel uit van een groeiend aantal bisschoppen in de rooms-katholieke kerk die in de geest van paus Franciscus homo's , lesbiennes, biseksuelen en transgenders de hand reiken. Dat is hard nodig na jaren van zwijgen, ontkennen en uitsluiting.

Ik zou niet durven zeggen dat de huidige paus moderne opvattingen heeft over homoseksualiteit, maar hij vindt wel dat leden van de LHBT- gemeenschap erbij horen. Hij staat voor een kerk die niemand uitsluit. Zo'n bisschop is Gerard de Korte ook. "Ik ben Gerard, uw broeder." En dus gaf de bisschop van Den Bosch toestemming voor die Roze viering in wat niet alleen zíjn kathedraal is, maar eigenlijk die van ons allemaal. De pastoor van de Sint-Jan en drie predikanten zouden voorgaan. De Korte zou er zelf ook bij zijn en de aanwezigen de zegen geven.

De organisatie van Roze Zaterdag reageerde opgetogen. En natuurlijk waren er mensen die in die bisschoppelijke zegen niets minder zagen dan het begin van een revolutie. Het kon niet lang meer duren of het eerste homopaar zou zich bij diezelfde Sint-Jan kunnen melden om hun relatie te laten inzegenen. Die roze visioenen hebben de bisschop waarschijnlijk niet erg geholpen. Hij kreeg het moeilijk met zijn hartverwarmende stap.

Gerard de Korte is een bruggenbouwer en volgens mij - ik heb er geen onderzoek naar gedaan - heeft het overgrote deel van de gelovigen in zijn bisdom geen enkel probleem met een Roze viering in de Sint-Jan en juichen velen het zelfs toe. Maar niet iedereen is gecharmeerd van De Korte's infrastructurele projecten. Er werden opiniestukken geschreven en er kwamen mails binnen in dat mooie bisschoppelijke paleis aan de Parade, en ook brieven. Van priesters, diakens en gelovigen. Zo van: 'Niet de juiste plek', 'te veel verwarring bisschop' en 'de duivel wrijft zich in zijn pootjes'. Je kunt het zo uitschrijven.

De Korte zag zich gedwongen zelf een brief te schrijven. Die verscheen rond Pinksteren. Het was een uitstekende, weloverwogen brief. Hij verdedigde zijn beslissing om toestemming te geven voor de gebedsviering en tegelijkertijd liet hij de tegenstanders zien dat wat hem betreft de leer van de katholieke kerk aangaande homoseksualiteit recht overeind blijft staan. Hartelijk en helder. In de slotzin van de brief staat alles waar het voor deze bisschop, ook nu nog, in feite om draait. "Als ouders horen dat een van hun kinderen homoseksueel is, zijn zij geroepen om dat kind met alle zorg en liefde te omringen. Voor de Kerk als moeder geldt dat, naar mijn overtuiging, evenzeer."

En nu dus een tweede brief. Toestemming ingetrokken. Teleurstelling alom. Een gouden kans in rook opgegaan. De Korteheeft zijn rug niet recht kunnen houden.

Die Roze viering gaat gewoon door. De bisschop is er niet bij, de pastoor van zijn kathedraal wel. De organisatoren wijken uit naar de protestantse Grote Kerk.

De Sint-Jan zal een lege indruk maken op Roze Zaterdag. Maar dat heeft ook zo zijn voordelen. Zo is er alle ruimte om een kaarsje te gaan branden bij de Zoete Lieve Vrouw. Voor de bisschop, de priesters en de gelovigen van het bisdom Den Bosch. Voor een beetje moed en wijsheid.

En moederlijke liefde in overvloed.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 17 juni 2017. 

Geschreven op: 18-7-2017

Lees volledig bericht.
 

Een hoogmis vol liefde met Ariana Grande

Mijn 14-jarige dochter zat tien minuten voor aanvang al klaar. Het was aardig donker in onze huiskamer. Het meeste licht kwam nog van de televisie. Op de piano brandde een kaars. De sfeer was devoot, zoals vlak voor een kerkdienst.

En toen begon het. We zagen op tv vijftigduizend mensen staan in wat een cricketstadion in Manchester bleek te zijn. Zo te zien waren er veel leeftijdsgenoten van mijn dochter bij. Ze begonnen te juichen. Er kwam iemand met een gitaar op. 'Marcus Mumford' stond er in beeld . "Is die van Mumford & Sons.", vroeg ik. "Heel goed papa", zei mijn dochter. Hij leidde een minuut stilte in. "Laten we niet bang zijn, Manchester", zei hij daarna. Vervolgens kwamen Take That en Robbie Williams - die kende ik gelukkig - en zong Miley Cyrus een liedje. Van haar had ik nog nooit gehoord. Dat vond mijn dochter raar.

Na ongeveer een half uur kwam Ariana Grande het podium op. Ik zag dat mijn dochter even moest slikken. Ariana droeg een witte trui met daarop One Love Manchester. De Amerikaanse zangeres is 23 jaar oud. De meeste 23-jarigen studeren en feesten of zijn net aan hun eerste echte baan begonnen. De zorgen zijn nog beperkt. Dat geldt niet voor Ariana Grande.

Op 22 mei trad zij op in de Manchester Arena, een paar kilometer van dat cricketveld waar we nu al een tijdje naar keken. Ze had het podium daar net verlaten, toen een zelfmoordterrorist een spijkerbom tot ontploffing bracht. Er vielen 22 doden en 116 gewonden, onder wie veel leeftijdgenoten van mijn dochter. Ariana verliet Groot-Brittannië met een gebroken hart. Zoveel verdriet op zulke jonge schouders. Nu was ze terug en had ze dit liefdadigheidsconcert voor Manchester georganiseerd: een hoogmis van liefde en verzet waarin ze zelf voorging.

Met de zanger van Coldplay (ken ik) zong ze de eerste echte hymne van de avond: 'Don't Look Back in Anger'.

And so, Sally can wait

She knows it's too late as we're walking on by

Her soul slides away

But don't look back in anger

I heard you say.

Popmuziek wordt liturgie. (Het omgekeerde mislukt vaak jammerlijk.) Een politieagent maakte buiten het stadion een dansje met een aantal jonge meisjes. Nu werd het mij ook bijna te machtig. "Wat mooi", zei mijn dochter zachtjes terwijl ze naar de tv bleef kijken.

En dan was het ook nog Pinksteren. De uitstorting van de Heilige Geest over de apostelen en het begin van de kerk. Een paar dagen later las ik op 'deBezieling.nl ' een stuk van Erik Borgman dat op een wonderlijke wijze dat concert in Manchester samenbracht met Pinksteren. Dat was niet zijn bedoeling geweest, maar waarschijnlijk wilde ik het gewoon graag. 'De Helper die Jezus belooft, de Geest, neemt ons rouwkleed weg en hult ons in vreugde, verandert onze klacht in een dans, zoals de Psalm zegt (30:12)', schrijft Borgman.

Volgens de theoloog zijn wij geroepen om overal te getuigen van Jezus' overvloed aan goddelijke goedheid. 'Hebben wij het lef om ons uit onze comfortzone en onze veilige bubbel te laten verdrijven, het lef om onze macht over en beheersing van de situatie los te laten, het lef om te midden van de turbulentie die dan aan het licht komt dat onwaarschijnlijke, maar broodnodige woord te verwachten: vrede voor jullie (Joh. 20:19)? Vrede in de plaats van onze angst.'

Het antwoord op een daad van intense haat zoals die in Manchester, is om te beginnen vastberadenheid, maar toch ook liefde die ooit nog eens voor vrede zal zorgen. En dat liet Ariana Grande die Pinksteravond in Manchester ons zien. Ze eindigde met de klassieker 'Somewhere Over the Rainbow'.

Somewhere over the rainbow

Way up high

And the dreams that you dreamed of

Once in a lullaby.

De dinsdag na het concert ging mijn dochter weer naar school. Ik zag hoe ze de fiets opstapte, met oortjes in. In mijn hoofd spookten de verhalen over de meisjes uit Bunschoten en Hoevelaken. Het kan niet anders of mijn dochter luisterde naar Ariana Grande. Zoals wel vaker keek ik haar na terwijl ze wegfietste de verte in.

Alleen deze keer iets langer dan normaal.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 10 juni 2017.

 

Geschreven op: 18-7-2017

Lees volledig bericht.
 
 

Meer blogs: 1 - 2 - 3 - 4 - ... 71

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube