Stilte heeft altijd het laatste woord

Het zijn goede tijden voor de letter 'o'. De afgelopen week kwamen de o-woorden je van alle kanten tegemoet. Motorblok, Coolsingel, Comey, kloosterglossy: ik doe maar een greep. Het kan dus blijkbaar: een letter uit het alfabet die de hele wereld overneemt. Een beschaafde variant op gijzelsoftware WannaCry dat vorige week de wereld in haar greep had. De '0' gijzelt zogezegd onze taal.

Zondag was ik in Rotterdam, op dat moment het drukst bezochte bedevaartsoord van ons land. Terwijl op de Coolsingel de gelovigen zich verzamelden om met eigen ogen het wonder van het kampioenschap te aanschouwen, was ik bij een bijeenkomst rond schrijfster Rosita Steenbeek in Museum Rotterdam '40-'45 NU. U raadt het al: dat ligt aan de Coolhaven (dubbel o dus).

Het was zondag 77 jaar geleden dat Rotterdam door de Duitsers werd gebombardeerd. Deze verwoestende gebeurtenis speelt een grote rol in Steenbeeks roman 'Rose, een familie in oorlogstijd'. Er werd een film over het boek vertoond en Rosita hield zelf een mooie toespraak. We luisterden naar haar, terwijl we in een soort noodkerk zaten: een groot uitgevallen partytent waarvan het doek vervaarlijk klapperde door de wind. De middag werd afgesloten met een borrel. Rond kwart over vier steeg er beschaafd gejuich op, een zwakke afspiegeling van het gebrul een paar kilometer verderop. Het gestolde bloed was eindelijk vloeibaar geworden.

Feyenoord was kampioen en Rotterdam mirakelstad.

Ik liep even het museum in en keek naar de foto's van die 14de mei 1940. Nooit geweten hoe groot de verwoesting was. Er vielen meer dan 800 doden. Het centrum van de stad veranderde in een ruïne.

'Bevrijd' stond er maandag op de voorpagina van het AD. Je zag Dirk Kuijt de kampioensschaal omhooghouden met naast hem andere Feyenoord-spelers. 'Opstanding' was een betere kop geweest'. Met Feyenoord richtte de hele stad zich op, precies op de dag die voor altijd met het bombardement verbonden is, maar nu ook met het wonder van Feyenoord. Geen stad die zo in de ellende kan zitten, om vervolgens glorieus te herrijzen. Tienduizenden gelovigen stonden maandag te wachten tot het elftal met de Heilige Graal op het bordes zou verschijnen. De ene na de andere hymne werd gezongen, die steeds meer het karakter van een geloofsbelijdenis kregen. Dit was een voorproefje van de eeuwigheid.

Die avond zag ik ergens een foto van een uitgestorven Coolsingel, een voor altijd geheiligde plaats. Ik heb deze week nog veel aan dit beeld gedacht, ook al kregen andere o-woorden weer de overhand. 'Motorblok' bijvoorbeeld, een wel erg complimenteuze naam voor de romp van een nieuw te vormen kabinet. Daar zijn wij mensen goed in: woorden verzinnen in de hoop dat de realiteit zich ernaar gaat gedragen.

Maar taal laat zich niet vangen.

Neem nou het woord 'kloosterglossy'. Twee woorden vormen samen een nieuw woord zonder dat ze er zelf om gevraagd hebben. Een tsunami van o's is het gevolg. Daarmee zeg ik niets over de inhoud van 'Klooster!'. Het blad staat vol met terecht bekende katholieken en protestanten die mooie dingen over het religieuze leven zeggen. Uiteindelijk kom je op een slimme wijze bij de kern van het bestaan uit. Een bordes voor het kloosterleven.

Afgelopen donderdag was ik bij het middaggebed in de Sint-Adelbertabdij te Egmond-Binnen, twee dagen voordat hier de presentatie van 'Klooster!' zou plaatsvinden. Achterin de abdijkerk hing een aankondiging van het evenement. Zo'n dertig mensen waren met mij samengekomen om een glimp van het eeuwige op te vangen. Daar kwamen de Benedictijnse monniken binnenlopen. Nog even en ze zouden gaan zingen. Ik telde ze een voor een, ze waren met z'n elven. Terwijl de vogels buiten de kerk tekeergingen, klonk in de abdijkerk psalm 129:

Ploegers hebben mijn rug doorploegd,

doorgetrokken hun voren.

Maar de Heer, de rechtvaardige, heeft gekapt

de strengen der bozen.

De monniken gingen weg en het werd stil. De abdijkerk was weer uitgestorven. De o's van Coolsingel, motorblok, Comey en kloosterglossy en al die andere 0-woorden waren voor even het zwijgen opgelegd.

Stilte heeft altijd het laatste woord.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 20 mei 2017. 

Geschreven op: 18-7-2017

Lees volledig bericht.
 

Het godsbeeld van Fry is niet zozeer beledigend

Het was de week van een heleboel dingen, maar het was ook de week van de godslastering. In Ierland zou de Engelse acteur en atheïst Stephen Fry eerst wel worden vervolgd voor het feit dat hij God twee jaar geleden onder meer onberekenbaar, kwaadaardig en een maniak noemde, en later toch weer niet. In Indonesië zou de christelijke gouverneur van Jakarta Basuki Tjahaja Purnama, beter bekend als Ahok, naar verwachting een voorwaardelijke staf krijgen omdat hij zich kleinerend over de islam zou hebben uitgelaten: hij kreeg twee jaar onvoorwaardelijk.

In sporttermen: op het moment dat Fry gespaard bleef, kwam de rechter in Indonesië langszij: 1-1.

Over Fry schreef ik hier al eerder. In het Ierse tv-programma 'The Meaning of Life' kreeg hij de vraag voorgelegd wat hij zou zeggen als hij onverhoeds na zijn dood toch voor God staat.

"Ik zou zeggen: kinderen en botkanker, hoe durf je?" Na deze opmerking ging hij helemaal los: "Hoe durft U een wereld te scheppen waar zo veel ellende is zonder dat we er schuld aan hebben? Dat is pure kwaadaardigheid." Voor iemand die niet in God gelooft, kent hij Hem blijkbaar erg goed.

Een kijker zag het interview en nam contact op met de politie om te zien of Fry aangeklaagd zou kunnen worden voor godslastering. Dat is in Ierland bij wet verboden. Bij veroordeling had hij een boete van 25.000 euro kunnen krijgen.

Ik hou van Stephen Fry, van zijn taal, zijn stijl, zijn humor. Maar het beeld dat hij schetst van God - waarin hij dus niet gelooft - is niet zozeer beledigend voor wie dan ook, maar vooral te menselijk en uiteindelijk karikaturaal.

God als een soort dolgedraaide rector van een school die de leerlingen willekeurig behandelt en zo nodig treitert: de een krijgt zijn diploma ook al heeft hij alleen maar onvoldoendes, de ander moet nablijven ook al heeft hij niets gedaan.

Zo weet ik er nog wel een paar: 'God had een drukke week achter de rug. Hadden ze op aarde nou echt niet door dat hij niet alles in de gaten kon houden? Die schoolbus in Tanzania die van de weg raakte, in een ravijn stortte en 35 mensen (onder wie veel schoolkinderen) de dood injoeg? Net niet gezien. Die kettingbotsing op die brug? Hij was net even met wat anders bezig. Dat kind dat aan het verdrinken was in die kolkende rivier? Op tijd kunnen redden. Verder nog wat aardverschuivingen kunnen uitstellen en die orkaan bij de Filipijnen toch maar laten doorgaan. Wat betreft het kampioenschap in de Eredivisie was de Allerhoogste er nog niet helemaal uit. Aan de andere kant: de formatie in Nederland mag ook wel even wat langer duren en wat de Nederlandse inzending bij het Eurovisie Songfestival betreft: het dreigde even verkeerd te gaan, maar door de televoting vanuit Oost-Europa flink te beïnvloeden had God er toch voor gezorgd dat OG3NE doorging naar de finale.'

Wat God precies is weet ik niet, maar in ieder geval niet een almachtige regelneef.

Uiteindelijk besloot de Ierse politie Stephen Fry niet te vervolgen. Ze konden niet voldoende mensen vinden die zich beledigd voelden door de uitspraken van Fry. Ik moest vreselijk lachen toen ik dit las. Heb je een keer een aanklacht, haalt iedereen zijn schouders op.

Het lachen verging mij snel toen ik las over het lot van die christelijke gouverneur van Jakarta.

Ahok zei tijdens een campagnebijeenkomst dat de Koran moslims niet verbiedt om op een niet-moslim te stemmen. Gevolg: heel veel protesten, een verkiezingsnederlaag en dus nu twee jaar de cel in. Waarschijnlijk hebben politieke motieven een rol gespeeld en heeft het feit dat hij tot de Chinese minderheid van Indonesië behoort niet geholpen, maar ook de schouders van conservatieve Indonesische moslims wilden niet mee werken. Indonesië of Ierland, het maakt nogal een verschil.

Godslastering heeft niks met God, of met het beledigen van Hem te maken. Uiteindelijk draait het om het incasseringsvermogen van Zijn volgelingen.

En nog iets - ik begeef me op glad ijs. Als ik me God probeer voor te stellen, wat dus niet kan (een mysterie past niet op een A4tje), maar goed, als ik het probeer, dan kan ik me niet voorstellen dat God zich iets gelegen laat liggen aan een acteur in Ierland of een gouverneur in Indonesië.

Leer mij God kennen.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 13 mei 2017. 

Geschreven op: 18-7-2017

Lees volledig bericht.
 

Rome laat je nooit meer los, ook al ben je dood

De stad was zwanger van haar dood. Overal in Rome keek ze me aan. Vanuit alle hoeken en gaten kwam ze tevoorschijn en greep me bij de keel. Kardinalen spraken me vanaf hun graven toe: "Maak je geen illusies, zij is de volgende." Pausen hoorde ik zachtjes ademen in hun tombes en de Tiber fluisterde me toe : "Alles komt en alles gaat, de stroom neemt je mee."

Het restaurant waar we altijd samen aten, de binnenhof van die foto met haar broer, het ziekenhuis op het Tibereiland waar haar man stierf. Ik kwam er schijnbaar toevallig terecht, maar ik kon niet anders. Het leek wel of de hele stad gebouwd was voor haar.

Terwijl ik door Rome zwierf, lag mijn tante, die voor mij als een tweede moeder was, thuis verzonken in een diepe onontkoombare slaap. Ergens tussen hier en onnoemelijk ver. Na 25 jaar Rome woonde ze nu alweer een tijd in Nederland. Op mijn telefoon kwamen de boodschappen binnen. Over morfine, dormicum en een rustige, diepe ademhaling. Het voelde als de berichten van een ruimteschip dat op het punt stond ons zonnestelsel te verlaten.

Ik dacht aan de begrafenisstoet van haar man. Hoe we langs de rivier reden en halt moesten houden bij een stoplicht. Dat ik een ouder echtpaar zag staan en dat de vrouw een kruisteken maakte en haar echtgenoot zijn hoed afnam. Hoe mijn oom begraven werd in een soort van flatgebouw en de kist omhoog werd getakeld met zo'n kraan waar ze in ons land de lantaarnpalen mee repareren. Dat bovenaan twee mannetjes stonden die de kist maar net konden houden. Hoe het boeket van mijn tante achterbleef op een grasveld vol tientallen identieke boeketten met linten eraan waarop allemaal Italiaanse vrouwennamen stonden. Mannen gaan in Italië blijkbaar ook vaak als eerste.

Ik hoopte dat ik eenmaal terug in Nederland haar nog in leven zou kunnen zien. Maar op de dag dat ik naar huis zou gaan, ging 's ochtends vroeg de telefoon en wist ik dat het voorbij was.

Ik stond op, nam een douche en trok een nieuw overhemd aan. Buiten wachtte Rome mij op. De zon scheen. Het was een nationale feestdag en daardoor wat rustiger op straat. Ik had een afspraak in de buurt van het Colosseum. De weg was afgezet en ik moest omlopen. Ik liep de trappen naar het Capitool op en kwam uit bij het stadhuis waar ze vijftig jaar geleden trouwde.

Boven mijn hoofd vlogen vogels. Ik voelde hoe de stad mij in haar armen sloot en hoorde haar troostende woorden tegen mij spreken. In de verte oefende een blaaskapel het volkslied.

Later besloot ik naar de buurt te gaan waar zij had gewoond om nog één keer het huis te zien waar ik zoveel keren had gelogeerd. Net als vroeger telde ik in de bus de haltes af en zocht ik naar de vertrouwde markeringspunten: het monumentale gebouw waarvan ik nooit te weten ben gekomen wat het voorstelde, de basiliek van Sint-Agnes buiten de Muren en als laatste de brug over het spoor.

Toen ik haar straat inliep, voelde ik dat er iets was veranderd. De kleuren van de huizen leken flets en de bomen stonden er lusteloos bij. De garage met de banden op de stoep, het park tegenover het huis, het knopje van de bel op nummer 88: ze leken te weten dat mijn tante was overleden.

Als je sterft gaan de straten van je leven, de huizen waar je woonde en de restaurants waar je at, ook een beetje dood.

Nu ik dit schrijf, zingt Spinvis op de achtergrond:

het zingt in de straten / het hangt in cafés

het woont in je wonden / je herkent het meteen

het heeft de ogen van vroeger / en de stem van een lied

het heeft de vorm van verlangen / en de smaak van verdriet.

Als Rome je eenmaal in haar armen heeft gesloten, laat ze je nooit meer los, ook al ben je gestorven. Het is als een luchtfoto van de stad: je bent niet te zien, maar voor het gevoel ben je er gewoon.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 20 april 2017. 

Geschreven op: 18-7-2017

Lees volledig bericht.
 
 

Meer blogs: 1 ... - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - ... 72

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube