Rome laat je nooit meer los, ook al ben je dood

De stad was zwanger van haar dood. Overal in Rome keek ze me aan. Vanuit alle hoeken en gaten kwam ze tevoorschijn en greep me bij de keel. Kardinalen spraken me vanaf hun graven toe: "Maak je geen illusies, zij is de volgende." Pausen hoorde ik zachtjes ademen in hun tombes en de Tiber fluisterde me toe : "Alles komt en alles gaat, de stroom neemt je mee."

Het restaurant waar we altijd samen aten, de binnenhof van die foto met haar broer, het ziekenhuis op het Tibereiland waar haar man stierf. Ik kwam er schijnbaar toevallig terecht, maar ik kon niet anders. Het leek wel of de hele stad gebouwd was voor haar.

Terwijl ik door Rome zwierf, lag mijn tante, die voor mij als een tweede moeder was, thuis verzonken in een diepe onontkoombare slaap. Ergens tussen hier en onnoemelijk ver. Na 25 jaar Rome woonde ze nu alweer een tijd in Nederland. Op mijn telefoon kwamen de boodschappen binnen. Over morfine, dormicum en een rustige, diepe ademhaling. Het voelde als de berichten van een ruimteschip dat op het punt stond ons zonnestelsel te verlaten.

Ik dacht aan de begrafenisstoet van haar man. Hoe we langs de rivier reden en halt moesten houden bij een stoplicht. Dat ik een ouder echtpaar zag staan en dat de vrouw een kruisteken maakte en haar echtgenoot zijn hoed afnam. Hoe mijn oom begraven werd in een soort van flatgebouw en de kist omhoog werd getakeld met zo'n kraan waar ze in ons land de lantaarnpalen mee repareren. Dat bovenaan twee mannetjes stonden die de kist maar net konden houden. Hoe het boeket van mijn tante achterbleef op een grasveld vol tientallen identieke boeketten met linten eraan waarop allemaal Italiaanse vrouwennamen stonden. Mannen gaan in Italië blijkbaar ook vaak als eerste.

Ik hoopte dat ik eenmaal terug in Nederland haar nog in leven zou kunnen zien. Maar op de dag dat ik naar huis zou gaan, ging 's ochtends vroeg de telefoon en wist ik dat het voorbij was.

Ik stond op, nam een douche en trok een nieuw overhemd aan. Buiten wachtte Rome mij op. De zon scheen. Het was een nationale feestdag en daardoor wat rustiger op straat. Ik had een afspraak in de buurt van het Colosseum. De weg was afgezet en ik moest omlopen. Ik liep de trappen naar het Capitool op en kwam uit bij het stadhuis waar ze vijftig jaar geleden trouwde.

Boven mijn hoofd vlogen vogels. Ik voelde hoe de stad mij in haar armen sloot en hoorde haar troostende woorden tegen mij spreken. In de verte oefende een blaaskapel het volkslied.

Later besloot ik naar de buurt te gaan waar zij had gewoond om nog één keer het huis te zien waar ik zoveel keren had gelogeerd. Net als vroeger telde ik in de bus de haltes af en zocht ik naar de vertrouwde markeringspunten: het monumentale gebouw waarvan ik nooit te weten ben gekomen wat het voorstelde, de basiliek van Sint-Agnes buiten de Muren en als laatste de brug over het spoor.

Toen ik haar straat inliep, voelde ik dat er iets was veranderd. De kleuren van de huizen leken flets en de bomen stonden er lusteloos bij. De garage met de banden op de stoep, het park tegenover het huis, het knopje van de bel op nummer 88: ze leken te weten dat mijn tante was overleden.

Als je sterft gaan de straten van je leven, de huizen waar je woonde en de restaurants waar je at, ook een beetje dood.

Nu ik dit schrijf, zingt Spinvis op de achtergrond:

het zingt in de straten / het hangt in cafés

het woont in je wonden / je herkent het meteen

het heeft de ogen van vroeger / en de stem van een lied

het heeft de vorm van verlangen / en de smaak van verdriet.

Als Rome je eenmaal in haar armen heeft gesloten, laat ze je nooit meer los, ook al ben je gestorven. Het is als een luchtfoto van de stad: je bent niet te zien, maar voor het gevoel ben je er gewoon.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 20 april 2017. 

Geschreven op: 18-7-2017

Lees volledig bericht.
 

Het pauselijke pleidooi voor vrede

De dag voordat de oorlog met Noord-Korea zou beginnen, scheidde ik het afval, handelde ik nog wat financiële zaken af en bracht ik de lege flessen naar de glasbak. Je kon de dingen maar beter op orde hebben als de pleuris uitbrak.

De spanning liep behoorlijk op. We zaten de hele dag aan de radio gekluisterd. Commentatoren trachtten uit alle macht de geest van Kim Jong-un te doorgronden. "Niet onderschatten en vooral niet belachelijk maken", klonk het bij ons in de huiskamer. Ik checkte nog eens de voorraadkast: met de door mij persoonlijk ingeslagen blikgroenten moesten we het een tijdje kunnen uithouden.

Gelukkig zou het snel Pasen worden.

Op Witte Donderdag was ik bij de zusters Augustinessen. Ademloos keek ik toe hoe het altaar werd ontkleed. Op Goede Vrijdag was ik in een klein kerkje in Brabant waar het 1950 was. Bijna drie uur lang Latijn, de tijd was eeuwig, maar het was ook donker en somber. Zoals het hoort. Op paaszaterdag was het mij niet stil genoeg om mij heen. Had dan niemand door wat er aan de hand was? In de paaswake brak het licht weer door en gingen de klokken weer luiden. Hij was Zijn belofte weer nagekomen.

Maar Pasen is voor mij ook de paus die vanaf het balkon van de Sint-Pieter de wereld toespreekt en de zegen Urbi en Orbi geeft aan de stad Rome en de rest van de wereld. Als kind keek ik al gefascineerd naar de beelden die toen nog enigszins bibberend tot ons kwamen. De paus heette toen Paulus VI. Zijn optreden werd begeleid door het schitterende stemgeluid van Hein ten Kortenaar. Rome leek heel ver weg, maar voor mij was Jezus pas echt verrezen als de paus het rond 12.00 uur op paaszondag had bevestigd.

Later kwamen de bloemen tussen mij en de boodschap van de paus in te staan. Begrijp me niet verkeerd, ik houd van bloemen. Van Nederlandse bloemen des te meer. Speciaal gekweekte lelies zonder stuifmeeldraden, waardoor er geen stuifmeel loskomt als het waait, hebben er waarschijnlijk aan bijgedragen dat onze kerkprovincie nog in aanzien staat in Rome.

En dat ene zinnetje in pauselijk Nederlands over dat bedanken voor die bloemen die ook dit jaar weer het Sint-Pietersplein... Nou ja, u weet wel. Ik ben er van gaan houden.

Nu spreekt deze paus alleen in het Italiaans. Weg is die parade van uit- en inheemse talen en zo is ook ons Nederlandse zinnetje gesneuveld. Franciscus bedankt nog wel voor de bloemen, maar doet dat dus in het Italiaans. Goed voor de bloemenexport naar Italië, maar het heeft de beleving van het paasfeest in ons land grondig veranderd. We zijn iets kwijtgeraakt. Iets collectiefs. En we hadden al zo weinig samen. Een voordeel lijkt me dat we nu meer aandacht hebben voor wat hij ons nog meer te zeggen heeft.

Over de verrijzenis van Jezus natuurlijk en over de brandhaarden in de wereld die u allemaal al jaren kent: Syrië, Irak, het Heilig Land, Soedan, Somalië, Mali, Nigeria en de Democratische Republiek Congo. Dit jaar bad de paus dat God "degenen die lijden onder het geweld en de honger in Afrika nabij mag zijn". Ook vroeg hij diezelfde God om bijstand voor het volk van Oekraïne: "Dat er een eind komt aan het bloedvergieten en weer sociale harmonie mag ontstaan". Noord-Korea noemde hij niet. Dat stelde me een beetje gerust. Misschien had Franciscus informatie dat het zo'n vaart niet zou lopen.

Hoe het ook zij. Er zijn mensen die zich hardop afvragen of die pauselijke pleidooien voor vrede wel zin hebben. "Je kunt net zo goed de toespraak van het vorig jaar uitzenden. Het helpt toch niets."

Ho, ho. Niet te snel.

Er zijn regeringsleiders die wel naar de bisschop van Rome luisteren. Zoals die van Paraguay. Daar braken eind vorige maand rellen uit toen het parlement president Horacio Cartes een tweede ambtstermijn wilde gunnen. Volgens de grondwet kan dat niet, presidenten moeten het in Paraguay bij één termijn van vijf jaar houden. Deze week maakte Cartes bekend zich niet herkiesbaar te stellen na een oproep van, jawel: de paus.

Ik hou mijn voorraadkast nog altijd goed in de gaten, maar ik zou zeggen dat de wereld deze week iets veiliger is geworden.

Toch goed dat paus Franciscus er is.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 22 april 2017. 

Geschreven op: 18-7-2017

Lees volledig bericht.
 

Belangrijkste christelijke feest werd 'lentefeest

Het was een verwarrende week. Die begon op Palmzondag, toen in twee Koptische kathedralen in Egypte meer dan veertig mensen om het leven kwamen bij twee zelfmoordaanslagen die werden opgeëist door de terreurgroep Islamitische Staat. De schok was aanvankelijk groot, maar het nieuws verdween ook al weer redelijk snel uit het systeem. Net zo snel als bamboe het spijsverteringskanaal van de reuzenpanda's passeert. Van al dat goddelijke, speciaal voor hen gekweekte voedsel, komt tachtig procent onverteerd in de ontlasting van deze obese beren terecht.

Verdere verwarring: op woensdag zette ik de televisie aan en zag ik rijen dik mensen staan die keken naar iets glinsterends dat langskwam rijden. Ik dacht: hebben ze 'The Passion' een dag vervroegd? Het bleek te gaan om een vrachtwagen met twee pandaberen erin. Heel Rhenen was ervoor uitgelopen.

Op dat moment zaten we al in die andere grote verwarring. Ik heb het over het bericht dat woensdag op de voorpagina van het AD stond. Protestantse en rooms-katholieke scholen in Den Haag zouden het christelijk karakter van hun paasvieringen aanpassen om ouders van islamitische leerlingen te behagen. Op de protestantse school O3 zou bij de 'paaswandeling' het bovenste deel van het kruis dat de kinderen dragen worden afgebroken als islamitische kinderen niet met een christelijk symbool willen rondlopen.

Geert Wilders sprak van 'zelfislamisering in optima forma' en twee VVD-Kamerleden stelden Kamervragen. Ze vroegen zich af of er sprake was van zelfcensuur door de scholen of dat er druk was uitgeoefend door leerlingen en ouders om de festiviteiten met Pasen af te zwakken. Even vroeg ik me af of de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid het dreigingsniveau nog zou opschalen. Ik keek eens rond in de stad waar ik woon. Alles zag er rustig uit. De narcissen stonden er mooi bij, al waren sommigen al uitgebloeid. Een supermarkt bij mij in de buurt liet weten dat er zowel op Paaszondag en Paasmaandag ongelimiteerd boodschappen konden worden ingeslagen.

Al snel ontkenden de betrokken schoolbesturen dat er van wat voor aanpassing dan ook sprake was. "Op de scholen wordt gewoon hetzelfde paasontbijt gegeten als altijd en wordt het paasverhaal verteld", laat een koepel van christelijke scholen uit Den Haag en omgeving weten aan Hart van Nederland.

Zo, daar ging weer een bericht door het spijsverteringsorgaan van de nieuwsconsument. Veel interessanter was de algehele verontwaardiging die uit bepaalde kringen weer eens het luchtruim koos. Want laten we wel wezen: dat paasfeest is in ons land toch al lang van karakter veranderd doordat simpelweg steeds minder mensen geloven dat Jezus door zijn lijden, sterven en verrijzenis, ons heeft verlost. Het belangrijkste christelijke feest is voor een overgroot deel van de Nederlandse bevolking geworden tot een 'lentefeest', 'feest van hoop' en 'het-is-eindelijk-weer-om-buiten-te-spelen-feest'. Alles komt samen in een nieuw heilig ritueel waarin we elkaar op Paaszondag ontmoeten: de brunch.

Eigenlijk ben ik ontzettend tolerant. Ik neem zelfs mijn eigen mening serieus. Maar is het, in het licht van deze smakelijke, maar uiteindelijk verdunde soep die het paasfeest geworden is, wel eerlijk om van bijzondere scholen te verwachten dat ze aloude paastradities door al die verschillende strotten duwen?

Uiteindelijk kwam ik pas tot rust bij een uitvoering van de Johannes-Passion. De zaal was vol, de gemiddelde leeftijd aan de hoge kant. Het kon niet anders of hier zaten mensen die in hun jeugd alleen nog complete palmpasenstokken hadden meegemaakt. Hoe bitterzoet klonk het openingskoor.

Heer, onze Heerser, wiens roem

in alle landen heerlijk is!

Toon ons door uw lijden

dat Gij, de ware Zoon van God

te allen tijde,

ook in de uiterste onaanzienlijkheid,

verheerlijkt bent.

Na afloop was er een applaus dat minutenlang duurde. 'Over veertig jaar weet niemand meer waarover dit gaat', dacht ik somber. Gewoon geen kennis meer van dit oerverhaal.

Deze voortschrijdende dementie leek me nou eerder aanleiding tot Kamervragen dan welke vermeende afzwakking van wat voor traditie dan ook.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 15 april 2017.

Geschreven op: 18-7-2017

Lees volledig bericht.
 
 

Meer blogs: 1 ... - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - ... 72

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube