Danny Blind was kansloos in volksgericht

Toen bondscoach Danny Blind vorige week zondag na de nederlaag tegen Bulgarije in een bus stapte die hem naar het vliegveld van Sofia zou brengen, zat ik in de kerk. Het was de vierde zondag van de Veertigdagentijd, ook wel bekend als 'zondag Laetare'. Laetare is Latijn voor 'Verheug u'. De vreugde geldt het Paasfeest dat alsmaar dichterbij komt. Normaal draagt een priester in de vastentijd een paars kazuifel, maar op zondag Laetare is hij in het roze. Het licht van de Verrezen Christus is zogezegd al zichtbaar. Paars wordt roze. En uiteindelijk wordt alles blinkend wit.

Maar dat gold op dat moment niet voor Danny Blind.

Hij wist dat hij ontslagen zou worden. Het was aan hem te zien, zag ik later op een foto. 'Een strakke kop' heet dat in voetbaljargon. Het volk had massaal met de duim naar beneden gewezen en Blind was kansloos. Daar zat hij - inmiddels in een Nederlandse bus, net geland op Schiphol, met zijn strakke kop.

In Utrecht was het tijd voor de Dienst van het Woord. De eerste lezing was genomen uit het eerste boek Samuël, de tweede uit de brief van Paulus aan de christenen van Efese. Kijk dat was al wat dichter in de buurt van Sofia. "En alles wat verhelderd wordt, is zelf 'licht' geworden", hoorde ik de lector zeggen. En toen kwam het evangelie, zelden was dat zo op zijn plaats dan op deze zondag Laetare van het jaar 2017. De passage ging over Jezus die een blinde geneest. De leerlingen vragen aan Jezus: " 'Rabbi, wie heeft gezondigd, hijzelf of zijn ouders, dat hij blind geboren werd?' Jezus antwoordde: 'Noch hij, noch zijn ouders hebben gezondigd, maar de werken Gods moeten in hem openbaar worden."

Ik dacht aan de bondscoach in die bus in Sofia. Van God en iedereen verlaten. De kenners op televisie en volgens een razendsnelle volkstelling ook een groot deel van de Nederlanders, vonden dat hij als het ging om het verrichten van goede werken had gefaald. Een volksgericht was het gevolg. Keihard, onbarmhartig, blind van woede.

Ik dacht aan de Luigi Scrosoppi, de patroonheilige van de voetballers. Hij leefde in het Italië van de negentiende eeuw en ontfermde zich over kansloze jeugd. Bij uitstek geschikt dus om ons het huidige Nederlands elftal bij te staan. Kon hij niks doen?

Blind werd die zondagavond inderdaad ontslagen. In de dagen erna las ik commentaren in de krant. Hij was dom geweest, of beter nog naïef door vast te houden aan een te offensieve speelwijze. Te offensief voor de kwaliteit van de spelers die voorhanden was. Wat deed Blind, ook volgens deze krant? Hij maakte vanaf het begin 'Nederlandse' opstellingen 'met drie aanvallers, ook als ze niet van het vereiste niveau zijn, en zonder versteviging elders'.

U begrijpt: we hebben hier niet te maken met een geoliede machine, maar met een pand dat op instorten staat.

Maar ook de spelers gaan niet vrijuit. Neem nou het duo Strootman en Wijnaldum (voor al uw voetbalproducten). Weer deze krant: "Zij spelen in Italië en Engeland en met de onuitroeibare Nederlandse ziekte van zelfoverschatting was gedacht dat Oranje daarmee toch alweer een middenveld van enig gewicht had." Het stuk op pagina 14 van de maandagkrant eindigt met een keiharde conclusie: "Nee, het Nederlandse voetbal moet zelf op de blaren zitten - blaren door al die jaren van eigenwijsheid als zweren zo groot."

Dat is bijbelse taal.

Zelfoverschatting is onze nationale ziekte. Want niet alleen Blind en die andere goedbetaalde weldoeners in oranje waren het zicht op de realiteit kwijt, wij zijn allemaal naïef geweest. We dachten dat we goed waren, dat we mee konden met de 'grote jongens'. En als dat onverhoopt niet mocht lukken, dan zou Danny Blind wel voor een wonder zorgen? En nu hij is verdreven , denken we dat het met een nieuwe Danny Blind allemaal goed komt. Ach, ijdel geloof van ons .

Ik blader nog eens terug in mijn missaal en lees het eind van de evangelielezing van deze zondag Laetare. "Enkele Farizeeën die bij Hem stonden, hoorden dit en zeiden tot Hem: 'Zijn ook wij soms blind?' Jezus antwoordde : 'Als gij blind waart, zoudt gij geen zonde hebben, maar nu gij zegt: wij zien, blijft uw zonde.'"

 

 

Deze column verscheen eerder op 1 april 2017. 

Geschreven op: 18-7-2017

Lees volledig bericht.
 

Overblijfselen van het Rijke Roomsche Leven

Een paar jaar geleden vond ik het Stadsarchief van Amsterdam een mooi boekje: het 'Jaarboekje 1932 voor katholiek Amsterdam'. Een uitputtende bundeling van parochies en katholieke verenigingen uit de jaren van het Rijke Roomsche Leven. Notulen van een wereld die niet meer bestaat. Vijfentachtig jaar geleden barstte Amsterdam nog van de rooms-katholieke kerken en kapellen en leefden de katholieken in roomse dorpen rondom het kerkgebouw.

Toen ik het boekje opensloeg, bladerde ik meteen naar de kerken van mijn ouders. Die van mijn vader lag in Amsterdam Oud-West, in de Chasséstraat en heette Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand. Mijn vader woonde met zijn moeder en zus schuin tegenover die kerk. Ik las dat er in 1932 op zondag vijf missen waren: om zeven uur, half acht, kwart over acht, twaalf uur, de hoogmis was om tien uur. En dan had je 's avonds ook nog het lof, een gebedsdienst waarbij het Allerheiligste wordt aanbeden.

Ik werd door weemoed overspoeld toen ik de lijst van R.K. huisartsen doornam. En wat is er toch gebeurd met de R.K. Behangers, Stoffeerders, Bedden en Meubelmakers Patroons-Vereeniging 'St. Willibrord 'en de R.K. Amsterdamsche Rijwielclub 'Sub Tutela Matris' (Onder Bescherming van de Moeder)? Ze zijn uitgedokterd, uitgefietst en tegenwoordig bestaan er alleen nog maar seculiere bedden. Bovenaards zijn nog wat ruïnes te zien van dit in alles katholieke leven, de rest ligt in scherven onder de grond of opgeborgen in archieven. Af en toe duikt er iets in mijn leven op. Zo'n boekje en laatst - op een wonderlijke manier- een ander overblijfsel uit het verleden.

Ik kreeg een mail van een oudere Amsterdamse vrouw. Ze woonde in de buurt van waar ooit het oude Ajax-stadion stond en had een tijdje boven mijn oma gewoond in de Chasséstraat. "Ik moet je een hoop vertellen en ik heb ook nog wat voor je. Kom je alsjeblieft langs?", zei ze over de telefoon.

Er was voldoende parkeergelegenheid. In de voortuin stonden een stenen konijn en een Boeddhabeeld. Binnen was het gezellig Amsterdams ingericht. Druk vooral. Veel schilderijen aan de muur. Op een hoog tafeltje stond een grote foto van haar man. "Hij is vier maanden geleden overleden. We waren zo lang samen. Ik ben ook al zesentachtig." Precies één jaar ouder dus dan het katholieke jaarboekje.

Toen we eenmaal zaten vertelde ze over het leven in de Chasséstraat. Hoe ze als Jordanese en niet-katholiek aanvankelijk maar vreemd bekeken werd, maar uiteindelijk vriendschap sloot met de buurvrouw van tweehoog, mijn oma. "Heb ik jou daar nou ook wel eens gezien?" Dat kon ik me niet herinneren. Aan de andere kant was het ook wel een geruststellend idee als wij elkaar wél ontmoet hadden.

Ze vertelde hoe ze ooit van plan was naar een lezing van mijn vader te gaan om hem iets te geven, maar dat het niet gelukt was. "Dus moet ik het jou maar geven, voordat ik er ook niet meer ben." Ze liep naar een kast en haalde er een pakje uit. "Toen jouw oma wegging uit de Chasséstraat kreeg ik dit cadeau van haar. Jouw grootvader had het ooit gekocht op een van zijn reizen die hij als zeeman maakte", zei ze erbij. Ik maakte het pakje voorzichtig open. Het bleek een reproductie te zijn van het beroemde 'Laatste Avondmaal' van Leonardo Da Vinci. Ingelijst, vaal gouden rand, zevenentwintig bij zestien centimeter. Dat moest jarenlang bij mijn vader in huis gehangen hebben en ik kon het zomaar aanraken.

Met 'Het Laatste Avondmaal' op de stoel naast me reed ik door Amsterdam terug naar huis. Ik besloot even door de Chasséstraat te rijden. In de kerk van mijn vader zit tegenwoordig 'Chassé Dance Studios', onze lieve vrouw van altijddurende dansstand. Even overwoog ik om er mijn 'Laatste Avondmaal' achter te laten, maar ik reed door. De zon scheen en Amsterdam bruiste licht. Een stad zonder V&D, bijna zonder PvdA en met nog maar weinig rooms-katholieke kerken: dingen van mijn ouders.

Vorige week liepen hier zo'n vijfduizend katholieken de Stille Omgang, een nachtelijke bidtocht ter herinnering aan een middeleeuws hostiewonder. Ik was er niet bij, maar volgend jaar loop ik mee. In het donker schuifel ik achter de massa aan. Niemand weet wat er in mijn rugzak zit. Het is rechthoekig, met vaal goud omrand en meet zevenentwintig bij zestien centimeter.

Deze column verscheen eerder in Trouw van 25 maart 2017.

 

Geschreven op: 18-7-2017

Lees volledig bericht.
 

Een blind date met een boek

Een bezoek aan een boekwinkel is eigenlijk zoeken naar de bekende weg. Vaak weet je immers al waarvoor je komt. Er zit een boek in je hoofd en als je het niet kunt vinden, vraag je het aan een van die aardige mensen die in een boekwinkel werken. En ook als je niet komt voor een bepaald boek, dan nog ben je geconditioneerd door zoiets als smaak en je leesverleden. Een lezer kopieert en plagieert zichzelf continu. Hoezo vrije wil?

Deze week liep ik in Rome een boekwinkel binnen waar ik wel vaker kom. Waarvoor kwam ik ook al weer? O ja, een boek over de bouwactiviteit van pausen in het Vaticaan dat ik een tijdje geleden ergens anders had zien liggen. En als ze dat niet hadden, zou ik de autobiografie van de Italiaanse bergbeklimmer Walter Bonatti aanschaffen. Dat boek over het Vaticaan hadden ze niet in huis. Ik heb er maar niet naar gevraagd. Achter de infobalie zat een man die zelf een boek aan het lezen was en een goede lezer mag je niet storen. Eenmaal op de derde verdieping bleek de afdeling bergbeklimmen in het niets te zijn opgelost.

Enigszins ontmoedigd liep ik naar de uitgang, toen mijn oog viel op een grote bak met boeken. Ze waren in bruin papier verpakt met een touw erom. Op elk van de exemplaren stonden steekwoorden geschreven als 'spannend', 'spiritueel'en 'meesterwerk ', plus een zinnetje waarin het bewuste boek nog eens werd aangeprezen.

Een blind date met een boek.

Stuk voor stuk liet ik de onbekende schatten door mijn handen gaan. Het waren boeken van een verschillend formaat. Ik woog ze in mijn handen alsof ik daardoor meer te weten zou kunnen komen.

Uiteindelijk koos ik voor een boekje van tien euro. Dan kon ik me tenminste geen buil aan vallen. De steekwoorden waren: 'briljant', 'delicaat' en 'subliem'. Daaronder had iemand met een dikke zwarte stift in hetzelfde handschrift geschreven: 'Weinig schrijvers zijn zo in staat om de essentie van de lichtheid in een roman om te zetten.'

Eenmaal buiten wist ik niet zo goed wat ik moest doen. Zou het niet beter zijn om het boek voorlopig ingepakt te laten en een aantal maanden met het mysterie te leven? Of moest ik het toch maar gaan uitpakken? Ik besloot tot het laatste. Ik liep langs het parlementsgebouw, waar boze mannen met rode vlaggen stonden met groot geschreven boze steekwoorden erop, naar een terras waar ik weleens meer kom.

Zou het een dichtbundel zijn?, vroeg ik me af toen ik eenmaal zat. Het was een dun boekje en dichters hebben vaak weinig woorden nodig en nog minder papier. Of was het misschien de vertaling van een handschrift uit de oudheid?

Nadat de ober mijn koffie had gebracht, besloot ik tot actie over te gaan. Ik maakte eerst het touw los en haalde vervolgens het papier er voorzichtig af zodat de steekwoorden en dat ene zinnetje intact bleven.

Onder het bruine papier kwam een foto van de Britse koningin Elizabeth te voorschijn, zo te zien een paar jaar geleden genomen. Daarboven stonden auteur en titel vermeld: Alan Bennett, 'La sovrana lettrice' (letterlijk 'De lezende vorstin'). Ik begon meteen te lezen. Het bleek een novelle te zijn over Elizabeth die op Windsor Castle achter haar hondjes aan gaat en zo bij toeval op een bibliobus stuit. De koningin leent een boek dat ze eigenlijk niet van plan is te gaan lezen. Ze leest het toch en raakt besmet door een soort leesvirus. Alleen boeken interesseren haar nog. Hierdoor verandert ze en vervreemdt ze zich van haar volk.

Als ik dit schrijf heb ik het nog niet uit, maar dat kan niet lang meer duren. Het boekje laat me niet los. Het leesvirus van Elizabeth is op mij overgeslagen. En toch bekruipt mij steeds meer het gevoel dat ik het boekje ingepakt had moeten laten. Er is niets mis met een mysterie op z'n tijd.

Dezelfde dag dat ik het boek kocht, luisterde ik met een groep landgenoten op het Sint-Pietersplein naar de paus. Wat hij gezegd heeft zou ik niet meer kunnen herhalen, ik herinner me alleen een paar steekwoorden: 'liefde', 'hoop', 'Jezus'.

Het katholieke geloof is een schat die met liefde is ingepakt, met een paar steekwoorden en een zinnetje op de verpakking, zoals: 'Niemand weet de kern van het leven zo te raken als de Mensenzoon.' En een waarschuwing: 'Gelieve het geschenk in het papier te laten.'

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 18 maart 2017.

Geschreven op: 18-7-2017

Lees volledig bericht.
 
 

Meer blogs: 1 ... - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - ... 72

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube