Omdat het december is (2)

Ik loop door Antwerpen als er een zachtheid over mij neerdaalt die weldadig aanvoelt. Ik sla een zijstraat in en kijk in de etalage van een kledingzaak. Anonieme poppen in feest­kleding. Omdat het december is. Net op dat moment klikt iemand in mijn hoofd een speellijst aan. Ik word mijn eigen Spotify en hoor levensgroot ­‘Maria die zoude naar Bethlehem gaan, kerstavond voor de ­noene.’

Ik moet in de Kammenstraat 51 zijn, vlakbij de Groenplaats, in de schaduw van de kathedraal. Met aandacht loop ik de nummers van de Kammenstraat af. Tweehonderd ­meter verder zie ik een kerk staan. Daar moet het zijn. Maar nee, dat is te ver. Was er maar een ster waar ik achteraan kon lopen.Dus loop ik terug, een poort door en dan ben ik er. Een oud-klooster met veel licht. In dit complex zetelt de Sant’Egidio-gemeenschap. Ik schreef op deze plek al eens over hen. Over stichter Andrea Riccardi, die in 1968 als jonge student besloot om – geïnspireerd door het evangelie – de kwetsbaarsten van Rome te gaan helpen: de armen, daklozen, ouderen en vluchtelingen.

Vijftig jaar later zoekt Sant’Egidio in tientallen landen mensen op in de verloren gebieden van de steden. Ook in Amsterdam en al veel langer hier in Antwerpen. Vanavond wordt hier een boek van Andrea Riccardi gepresenteerd en ik ga ook wat zeggen.

Maar eerst leidt Hilde Kieboom, de voorzitster van Sant’Egidio in de lage landen, mij rond in dit centrum en opent daarbij allerlei deuren, waarachter zich steeds weer een andere wereld bevindt. Zoals een mensa waar de kwetsbaren van ­Antwerpen eten of een ruimte met douches en wasmachines. Een ­zwerver komt halfnaakt uit de douche. Dan is er nog ‘Simeon en Hanna’, wel het fijnste en kleinste rusthuis voor ouderen van België genoemd. Aan tafel zitten zes bewoners aan de soep. Ik geef ze allemaal een hand. Eén oudere ligt boven in bed. Hij heet Michel. “Mogen we hem even begroeten?”, vraagt Hilde. “Natuurlijk hoor”, zegt een begeleidster.

Op de kamer van Michel is het licht aan. Als een kind, gewikkeld in doeken, ligt hij in bed. Hij is wakker. Ik geef hem een hand en zeg wie ik ben. Er gaat veel in het hoofd van Michel om, dat kan ik wel zien. Hilde praat met hem. Maar veel zegt hij niet terug. Wel houdt hij mijn hand vast. Hij klemt hem bijna af. Op een lieve manier. Zijn handen voelen aan als die van een baby.

Later die avond mag ik in een ­grote zaal iets zeggen over ‘Alles kan veranderen’, het interviewboek waarin Andrea Riccardi reflecteert over heden, verleden en toekomst van Sant’Egidio. Een mooi boek, een soort theologie van de marginalen. ‘Ik geloof dat het een functie is van de christenen, ook van de Gemeenschap van Sant’Egidio, om een milieu of een hele wereld te verontrusten en te laten dromen, door iedereen ervan te doordringen dat verandering zeker mogelijk is’, zegt Riccardi ergens in het boek.

Maar wat doe je met mensen die niet met jou mee willen dromen, die geen Michel kennen? De verweesden van onze samenleving die niet in verandering geloven, behalve door de kracht van gele hesjes. Ook zij komen uit de periferie, uit verloren gebieden. Wat doe je dan als Sant’Egidio, als kerk om ze te winnen voor jouw visioen? Zoek je hen ook op? Houd je ook hun hand vast?

Deze tijd van ‘universele duizeligheid’ (Riccardi) schreeuwt om een droom, een groots idee, maar veel mensen luisteren niet meer naar de overbekende dromers uit het verleden. Voor hen hoort de kerk bij de gevestigde orde, zelfs bij de elite. Begrijp me goed: er is niks mis met een elite. Alle grote revoluties begonnen ooit in een uitverkoren, kleine kring. Met twaalf apostelen, vier Beatles en één zwarte vrouw die haar plaats in een bus weigert af te staan aan een blanke. Maar juist de kerk mag nooit een elite blijven.

Rond tien uur loop ik de poort weer uit en vraag me af hoe het nu met Michel is. Dan zie ik een groep herders de hoek om komen, hun schapen om zich heen. Ze komen mijn kant op. “We zoeken Michel”, roepen ze me toe. Als ze in het licht komen zie ik dat ze gele hesjes dragen.

 

Deze column verscheen eerder in dagblad Trouw op 15 december 2018. 

Geschreven op: 20-12-2018

Lees volledig bericht.
 

Belangrijkste christelijke feest werd 'lentefeest'

Het was een verwarrende week. Die begon op Palmzondag, toen in twee Koptische kathedralen in Egypte meer dan veertig mensen om het leven kwamen bij twee zelfmoordaanslagen die werden opgeëist door de terreurgroep Islamitische Staat. De schok was aanvankelijk groot, maar het nieuws verdween ook al weer redelijk snel uit het systeem. Net zo snel als bamboe het spijsverteringskanaal van de reuzenpanda's passeert. Van al dat goddelijke, speciaal voor hen gekweekte voedsel, komt tachtig procent onverteerd in de ontlasting van deze obese beren terecht.

Verdere verwarring: op woensdag zette ik de televisie aan en zag ik rijen dik mensen staan die keken naar iets glinsterends dat langskwam rijden. Ik dacht: hebben ze 'The Passion' een dag vervroegd? Het bleek te gaan om een vrachtwagen met twee pandaberen erin. Heel Rhenen was ervoor uitgelopen.

Op dat moment zaten we al in die andere grote verwarring. Ik heb het over het bericht dat woensdag op de voorpagina van het AD stond. Protestantse en rooms-katholieke scholen in Den Haag zouden het christelijk karakter van hun paasvieringen aanpassen om ouders van islamitische leerlingen te behagen. Op de protestantse school O3 zou bij de 'paaswandeling' het bovenste deel van het kruis dat de kinderen dragen worden afgebroken als islamitische kinderen niet met een christelijk symbool willen rondlopen.

Geert Wilders sprak van 'zelfislamisering in optima forma' en twee VVD-Kamerleden stelden Kamervragen. Ze vroegen zich af of er sprake was van zelfcensuur door de scholen of dat er druk was uitgeoefend door leerlingen en ouders om de festiviteiten met Pasen af te zwakken. Even vroeg ik me af of de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid het dreigingsniveau nog zou opschalen. Ik keek eens rond in de stad waar ik woon. Alles zag er rustig uit. De narcissen stonden er mooi bij, al waren sommigen al uitgebloeid. Een supermarkt bij mij in de buurt liet weten dat er zowel op Paaszondag en Paasmaandag ongelimiteerd boodschappen konden worden ingeslagen.

Al snel ontkenden de betrokken schoolbesturen dat er van wat voor aanpassing dan ook sprake was. "Op de scholen wordt gewoon hetzelfde paasontbijt gegeten als altijd en wordt het paasverhaal verteld", laat een koepel van christelijke scholen uit Den Haag en omgeving weten aan Hart van Nederland.

Zo, daar ging weer een bericht door het spijsverteringsorgaan van de nieuwsconsument. Veel interessanter was de algehele verontwaardiging die uit bepaalde kringen weer eens het luchtruim koos. Want laten we wel wezen: dat paasfeest is in ons land toch al lang van karakter veranderd doordat simpelweg steeds minder mensen geloven dat Jezus door zijn lijden, sterven en verrijzenis, ons heeft verlost. Het belangrijkste christelijke feest is voor een overgroot deel van de Nederlandse bevolking geworden tot een 'lentefeest', 'feest van hoop' en 'het-is-eindelijk-weer-om-buiten-te-spelen-feest'. Alles komt samen in een nieuw heilig ritueel waarin we elkaar op Paaszondag ontmoeten: de brunch.

Eigenlijk ben ik ontzettend tolerant. Ik neem zelfs mijn eigen mening serieus. Maar is het, in het licht van deze smakelijke, maar uiteindelijk verdunde soep die het paasfeest geworden is, wel eerlijk om van bijzondere scholen te verwachten dat ze aloude paastradities door al die verschillende strotten duwen?

Uiteindelijk kwam ik pas tot rust bij een uitvoering van de Johannes-Passion. De zaal was vol, de gemiddelde leeftijd aan de hoge kant. Het kon niet anders of hier zaten mensen die in hun jeugd alleen nog complete palmpasenstokken hadden meegemaakt. Hoe bitterzoet klonk het openingskoor.

Heer, onze Heerser, wiens roem

in alle landen heerlijk is!

Toon ons door uw lijden

dat Gij, de ware Zoon van God

te allen tijde,

ook in de uiterste onaanzienlijkheid,

verheerlijkt bent.

Na afloop was er een applaus dat minutenlang duurde. 'Over veertig jaar weet niemand meer waarover dit gaat', dacht ik somber. Gewoon geen kennis meer van dit oerverhaal.

Deze voortschrijdende dementie leek me nou eerder aanleiding tot Kamervragen dan welke vermeende afzwakking van wat voor traditie dan ook.

Geschreven op: 30-1-2018

Lees volledig bericht.
 

Een gifgasaanval en een zieke tante

Eigenlijk had ik hier willen schrijven over de nieuwe bisschop van Groningen-Leeuwarden, Ron van den Hout. Over hoe zijn benoeming tot stand kwam en over het machtsspel rond het bisdom met het kleinste aantal katholieken van ons land. Maar er kwam wat tussen, om precies te zijn twee dingen. Zaken die zo op het eerste gezicht ver van elkaar staan, maar voor mij alles met elkaar te maken hebben: een gifgasaanval en een zieke tante.

Bij die gifgasaanval op Khan Sheikhoun in Syrië vielen 72 doden, onder wie twintig kinderen. Het is een mooi gecomponeerd woord 'gif-gas-aan-val', maar een met 'n gruwelijke lading.

Zoals columniste Sheila Sitalsing woensdag in de Volkskrant schreef zijn oorlogsgruwelen van alle tijden. "Nieuw is dat oorlogsmisdaden mede dankzij firma's als Apple, Samsung, Twitter en Facebook uitstekend gedocumenteerd en onmiddellijk verspreid worden", gaat ze verder.

En zo zat ik ook op mijn telefoon te kijken naar kinderen die met een voor hun leeftijd veel te groot zuurstofmasker in leven worden gehouden. Ook ik keek naar Abdul Hamid Youssef met zijn dode tweeling in zijn armen. Ik noem hun namen hier zodat u ze nog één keer hardop voor kunt lezen. Wilt u dat even doen?

Ahmed en Aya.

Samen met hun vader vormen ze een nieuwe Pietà.

Ze kwamen bij me binnen en ze gaan niet meer weg. Toch lijkt die gif-gas-aan-val meer met mij te doen dan vergelijkbare gebeurtenissen uit het verleden. Als je dit soort gruwelijkheden tenminste met elkaar kan vergelijken. De reden daarvoor - u wacht er al op, zie ik - is mijn zieke tante. Het is een hartverscheurende wereld en zij maakt de wond nog schrijnender.

Een uur hiervandaan woont ze. Ik zie haar liggen in haar kamer waarvan de inrichting getuigt van een leven dat nauwelijks meer bestaat. De meubels staan er - om met de dichter Leo Vroman te spreken - 'ernstig en helemaal verdiept in hun dood'. Het bed is laag gezet zodat als ze eruit valt de verwondingen mee kunnen vallen. Haar lichaam wordt langzaam gesloopt. Gelukkig is er de televisie met 'BinnensteBuiten' en 'Podium Witteman'. Daar geniet ze nog intens van.

Af en toe wisselt ze de huidige wereld in voor een andere die om de hoek ligt, maar tegelijkertijd eindeloos ver weg lijkt. Wij noemen het waan, maar zij weet wel beter. En wij staan bij haar, aan de rand van de afgrond. We staan er zoals diezelfde Leo Vroman in een van zijn laatste gedichten schreef:

Dinsdag, 21 januari 2014

Onze hartsvrienden en vriendinnen

houden ons keihard in de gaten;

ze weten hoe ons leven staat en

wegloopt van buiten naar van binnen.

Zie dus maar en voel dus maar

hoe jouw wereld eindigt bij me,

al mijn geheimen

zijn openbaar.

Het lijkt wel of mijn tante de hele dag met me mee kijkt. Ze maakt de barsten in de wereld groter. En ook de mooie dingen maken meer indruk. De oorlog in Syrië, de hongersnood in Somaliland, mannen die hand in hand lopen uit protest. Ze vergroot het allemaal uit. Als een extra zintuig dat bezit van mij heeft genomen.

Ik zit op de bank en kijk nogmaals naar de foto van de vader met zijn dode tweeling. De kinderen moeten al begraven zijn. Volgens de laatste berichten ligt de vader nu in het ziekenhuis. Hij heeft ook zijn vrouw verloren en nog talloze andere familieleden. Ik zet de televisie aan en hoor de stem van een andere door mij geliefde dichter, Remco Campert, over beelden van een zonnig Vondelpark heen. Even schiet ik vol. Dan kijk ik naar buiten. Twee jongentjes voetballen op straat. Een buurmeisje fietst vrolijk langs.

Nog ruim een week en dan is het Pasen.

En morgen wordt mijn tante, de beste tante van de hele wereld, 91 jaar oud.

We gaan om haar heen staan en zullen het leven vieren.

We kunnen niet anders.

Deze column verscheen eerder in Trouw van 8 april 2017 

Geschreven op: 30-1-2018

Lees volledig bericht.
 
 

Meer blogs: 1 - 2 - 3 - ... 72

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube