Pure overgave aan het onvermijdelijke is zeldzaam

Ik werd wakker uit een diepe, droomloze slaap en had het ontzettend benauwd. Alsof er een olifant op mijn borstkast stond. Uit alle macht probeerde ik hem eraf te stoten. Toen dat met veel geschreeuw was gelukt, viel ik omhoog. Ik zag de stad waar ik woonde onder mij, nog net ontdekte ik mijn vrouw en kinderen die mij uitzwaaiden.

Het ging razendsnel. Steeds moest ik door een ring heen van mensen en gebeurtenissen uit mijn leven, tot ik uiteindelijk stil bleef hangen, ergens tussen de maan en de aarde. Ik deed mijn ogen dicht en weer open. Ik bleek in bed te liggen, om mij heen alleen maar sneeuw.

Uiteindelijk werd ik echt wakker, in mijn eigen bed. Had ik van mijn eigen dood gedroomd? En proef ik door dit op te schrijven, werkelijk aan het grote mysterie dat ons vrijwel ons hele leven achtervolgt?

De Amerikaanse schrijver en journalist Katie Roiphe schreef 'Het uur van het violet' over zes stervende schrijvers en kunstenaars. Over Sigmund Freud die kanker kreeg en pijnstillers weigerde. Hij verlangde naar 'heroïsche helderheid'. En over schrijver John Updike die nadat hij te horen kreeg dat zijn longen vol met tumoren zaten, een dag apathisch is, maar dan om een vel papier vraagt en een gedicht begint te schrijven. Roiphe, onlangs in een interview met deze krant: "Maar we kunnen ons onze eigen dood heel moeilijk voorstellen. Het is onmogelijk om je het uitwissen van je eigen bewustzijn voor te stellen. Ik ging daarom op zoek naar mensen die deze confrontatie wel in woorden konden vangen, op een manier waar gewone mensen niet toe in staat zijn."

Een beetje een elitaire opmerking. Arme gewone mensen. Doodgaan is al erg, maar zij kunnen er niet eens iets creatiefs mee doen.

Ik heb een schrijver van dichtbij langzaam naar de dood zien drijven, al was ik niet bij het sterven zelf. Ik zie mijn vader nog liggen in die Amsterdamse ziekenhuiskamer. Ik herinner me het geluid van de tram die langskwam, teken van een leven waar je niet meer bij hoort. Zoals hij zelf zei: "De dood is inderdaad het gemis van het doodgewone. Je wordt eruit gezet als je doodgaat. Ze hoeven je niet meer."

Mijn vader kon lang over de dood nadenken, want hij wist dat ie eraan kwam. Hij stond voor de deur en hoefde alleen nog maar beleefd te kloppen.

Het boek van Roiphe laat je uiteindelijk enigszins onbevredigd achter. Ach, ik domme lezer was weer op zoek naar het definitieve antwoord op de grootste vraag. En ik moet toegeven: het bevat allerlei prachtige zinnen over de eeuwige rust, het nooit meer slapen.

Zo schreef John Updike voor zijn beroemdste personage Rabbit deze mooie, vredige dood: "Hij voelt zich prettig moe. Hij sluit zijn ogen". En op zijn sterfbed dichtte hij: "Leven, ja, dat is mooi,/maar niet leven- omgetrokken worden,/een nauwelijks hoorbaar knakje,/ in bloei nog en nog altijd/ naar het zonlicht uitgestrekt/ is ook mooi."

Maar uiteindelijk zie ik in Het uur van het violet heel veel worsteling, verzet en onvermogen zich over te geven aan het onvermijdelijke. Of je nou ICT-medewerker of schrijver bent, uiteindelijk klamp je je vast aan het leven dat je geleefd hebt. Pure overgave is zeldzaam. Schrijver Susan Sontag verkiest een pijnlijke, experimentele behandeling boven het onder ogen zien van het naderende einde. Waar blijf je nou met je mooie taal?

Van de schrijvers die Roiphe in haar boek aflegt, geloofde alleen John Updike. Zelf heeft ze weinig met het geloof. "Woorden komen voor mij het dichtst bij onsterfelijkheid", zegt ze. Mijn vader geloofde wel, al wist hij niet precies wat er met hem zou gebeuren na zijn dood. Hij hoopte naar het licht te gaan, want God was licht, dacht hij. Ondertussen las en schreef hij door, alsof hij zo de dood de baas kon blijven.

Ik weet nog dat we in het ziekenhuis naast zijn dode lichaam stonden en ik de laptop opmerkte die op tafel lag op te laden. Daarin zat zijn laatste stuk. Een nieuw te bespreken boek lag open op zijn nachtkastje.

We besloten meteen zijn bril weer op zijn hoofd zetten. Je moet er toch niet aan denken dat deze schrijver het in de hemel zonder multifocale glazen had moeten stellen.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 11 maart 2017. 

Geschreven op: 17-3-2017

Lees volledig bericht.
 

Een beeld in het bos

Achter op deze krant staat een rubriek die ik zelden oversla. Onder het kopje 'Naast het nieuws' is een foto te zien. Dat 'Naast' is vet gedrukt en krijgt zodoende enige nadruk. 'Naast' suggereert hier: je telt niet lemaal mee. Andere foto's waren beter dan jij.

Ik hou van de foto's in deze mooie buitenwijk van de krant. Vaak vertellen zij mij meer over leven, liefde en dood dan al die nieuwsfoto's op de bladzijden ervoor.

Afgelopen woensdag stond er weer zo'n mooie foto achterop. Je ziet een open plek in een bos, waar een aantal mensen op evenementenstoelen verzameld is rond een beeld dat zo te zien van de heilige Antonius van Padua is. De bruine franciscaner pij, een lelie (symbool van kuisheid) en een boek in zijn linkerhand waarop het Christuskind zit.

De gelovigen zitten gescheiden van elkaar. Voor in beeld zit een man (een vader?) met vier kinderen, je ziet hen op de rug. Het meest linkse kind kijkt om naar de fotograaf. Rechts zit een vrouw alleen. Dat zou de moeder van het gezin kunnen zijn. Ze heeft voor de gelegenheid een mooie oranjekleurige jurk aangetrokken. Waarom zijn zij naar deze open plek in het bos gekomen? Zijn ze iets kwijt? (Sint-Antonius is de patroon van de verloren voorwerpen.)

Het bijschrift vermeldt dat de foto is genomen in de Ghanese stad Kumasi. "Deze gelovigen nemen deel aan een dienst in de openlucht", staat er. We weten nu iets meer, maar niet veel meer. Toch is het meer dan genoeg.

Op internet lees ik dat Kumasi (anderhalf miljoen inwoners) de op een na grootste stad van Ghana is en een stedenband heeft met Almere. Ik moest aan een andere iconische plaats in ons land denken: Kaatsheuvel, of meer precies het Sprookjesbos van de Efteling.

Daar zag ik zo'n vijfenveertig jaar geleden voor het eerst het beeld van Roodkapje. Ze belde aan bij het huis waar de grote boze wolf in bed moest liggen, maar die kon ik aanvankelijk nog niet zien. Het gaf niets. Alleen Roodkapje maakte al veel in mij los: nieuwsgierigheid, angst.

Ik wil de heilige Antonius geenszins vergelijken met Roodkapje, maar toen ik die mensen in dat bos in Ghana verzameld zag, moest ik dus meteen aan dat brave meisje in het pretpark denken. Beide beelden prikkelen zoiets als de verbeelding. Bij de een is de ervaring religieus, bij de ander is het meer fantasie. Dat effect bereik je alleen maar als je je overgeeft en alle ratio terzijde legt, anders blijft een beeld in het bos een beeld in het bos.

Laatst noemde iemand mij in deze krant een 'sprookjesaanbidder'. Het was geloof ik niet bedoeld als compliment. Zowel bij het katholiek geloof als bij sprookjes - is dan de redenering - gaat het om mooi geschreven verhalen, met een vleugje magie, maar uiteindelijk is het allemaal nep.

Ik weet niet precies wat ik geloof, maar ik geloof heel erg in taal. Rijke taal, niet dichtgetimmerd, maar met kieren tussen de letters waardoor vergezichten en visioenen tevoorschijn kunnen komen.

Wie schrijft er tegenwoordig nog sprookjes? Wie denkt er nog weids? Wie neemt ons nog op sleeptouw met een verhaal? Met het langzaam verdwijnen van wat wel de 'grote verhalen' worden genoemd uit onze samenleving, lijkt ook onze verbeeldingskracht schade te hebben opgelopen.

Ik zag afgelopen zondag vijf stropdassen op televisie met elkaar in debat gaan. Er werden heel wat woorden achter elkaar geplakt. Zo maar, zonder dat iemand er wat aan deed. Vast en flex, voltooid en leven, vluchtelingen en instroom. Nergens een weids vergezicht, alles dichtgesmeerd met korte termijn-taal.

Deze tijd schreeuwt om beelden in het bos. Ik doe een voorstel: we halen massaal evenementenstoelen weg uit gokhallen, concertzalen en overheidsgebouwen en samen lopen we het bos in. Eenmaal aangekomen op de open plek staat het beeld ons al op te wachten. Eerst is het stil. Dan begint iemand te bidden, een ander zet een bijna vergeten lied in, een derde droomt hardop.

Na afloop zal iedereen zeggen iets anders ervaren te hebben, maar niemand beweert dat er in dat bos niks is gebeurd.

En daarom noem ik mij zelf sprookjesaanbidder.

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 4 maart 2017. 

Geschreven op: 17-3-2017

Lees volledig bericht.
 

Ergens jaloers op de CDA-stemmer

Als je de mentale staat van een land moet afmeten aan het aantal kieswijzers, zijn we met z'n allen compleet in de war. De Stemwijzer, het Kieskompas, de Diaconale stemwijzer van Kerk in Actie, de Dierenkieswijzer, de Casinowijzer en de Cannabis Kieswijzer: je kunt het zo gek niet bedenken of het is al bedacht.

En het helpt me helemaal niets. Ik zweef alleen maar meer. Je zou bijna gaan terugverlangen naar de tijd dat je vanaf de kansel werd voorgeschreven welk vakje rood moest worden gekleurd.

Gelukkig is er zo iemand als Carla Wijnmaalen. Deze week stond ze in de rubriek 'Kruitdampen' van deze krant waarin onder meer aan potentiële kiezers gevraagd wordt wat ze gaan stemmen. Carla is gepensioneerd en een dag per week oppasoma. Van dat laatste alleen al word ik rustig. Trouwens ook van haar foto. Met een brede - maar niet te brede -glimlach kijkt ze me aan.

Carla vindt het, nu ze ouder wordt, steeds belangrijker dat een politieke partij zich breed inzet. Bij de VVD voelt ze een soort laatdunkendheid over mensen zonder baan. Alsof je het aan jezelf te wijten hebt. Het CDA zet zich volgens haar in voor ouderen én werkenden. Mede daarom stemt ze op die partij.

Ik ben een beetje jaloers op Carla. Ik verlang er al heel lang naar om CDA te kunnen stemmen. Maar het is me nog nooit gelukt. Uiteindelijk toch te veel een bestuurspartij, uit op macht. Als het erop aankomt te veel berekening en te weinig principes. En welke stemwijzer ik ook invul, welke antwoorden ik ook geef, van de digitale kansel hoor ik nooit: 'Stem CDA.'

En ik wil het zo graag.

Ik ben namelijk gesteld op de CDA-stemmer. Ze zijn vaak wat ouder, actief in de kerk en druk met vluchtelingen of ander vrijwilligerswerk in de buurt. En dan ook nog oppasoma, zoals Carla Wijnmaalen. Ze zijn gespecialiseerd in wat wel gemeenschapszin genoemd wordt. Een raar woord, maar u begrijpt wat ik bedoel. Ach, eigenlijk zegt Carla het beter: "We moeten omzien naar elkaar." En zo is het.

Deze week las ik een interview met CDA-lijsttrekker Sybrand Buma in de Volkskrant, er stond een enorme foto van hem bij. Buma maakt altijd een beetje een eenzame indruk. Hij doet me denken aan dat verlaten bord met 'Kies CDA' erop, dat in het uitgestrekte weiland langs de A2 staat, tussen de afslagen Vinkeveen en Abcoude in. Ik wilde hem aankijken, maar nog voordat onze ogen elkaar raakten, begon hij tegen me te praten. "Stijn, kan ik je toch niet verleiden om op het CDA te stemmen? Wil je daar niet eens over nadenken? Jij wil toch ook een fatsoenlijk land dat je kunt doorgeven?"

Met dat doorgeven raakte hij een gevoelige snaar. Ik beloofde hem nog een kans te geven.

Eerst maar eens het interview scannen op voor mij belangrijke thema's als vluchtelingen en klimaat. Over het laatste zegt hij: "Het verdrag van Parijs legt het klimaatbeleid vast. Die opgave is groot. Wij schrijven geen maatregelen voor die daar overheen gaan. Ik ga niet in dit kleine partje van de wereld dingen doen voor het mooie imago." Dit hielp niet echt.

Verderop zegt hij een 'streng asiel- en migratiebeleid' voor te staan. Wat dat inhoudt, lees ik in het verkiezingsprogramma van het CDA. Werkelijke vluchtelingen verdienen een veilige opvang, maar er is ook begrip voor de mensen die zich zorgen maken over de aantallen die op ons afkomen.

Verder moeten vluchtelingen zoveel mogelijk worden opgevangen in hun eigen regio. Want, zo staat er: 'voorkomen is beter dan genezen'. Alsof je het over een kwaal hebt.

Ik keek Buma aan en begon weer hardop te praten. "Ik droom wel eens van een grote, progressieve, christelijke volkspartij, mijnheer Buma. Waar je het geloof kan voelen, maar waarbij de 'C' er niet te dik bovenop ligt. Met dappere keuzes als het gaat om vluchtelingen en het klimaat en God mag weten wat. Een beetje zoals paus Franciscus de dingen doet."

Hij bleef me aankijken en zei niets terug, maar dat hoeft niet te betekenen dat hij me niet heeft gehoord.

Eigenlijk droom ik van een soort Lijst Paus Franciscus (LPF dus - misschien moet ik nadenken over een andere afkorting) met Buma als lijsttrekker.

Een partij met Carla's en heel veel andere oppasopa's en oppasoma's. Mensen voor wie je opstaat in de bus.

 

 

Deze column verscheen eerder in Trouw van 25 februari 2017. 

Geschreven op: 17-3-2017

Lees volledig bericht.
 
 

Meer blogs: 1 - 2 - 3 - ... 65

Agenda

De nieuwe paus

'Habemus papam!' schalde er op 13 maart over het majestueuze Sint-Pietersplein in Rome. Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de nieuwe opvolger van Petrus?

Lees meer..
Vaticaan op YouTube